(aantekeningen zijn meteen op eigen situatie toegepast)
Marjan Bakker - MCL
bibliotheek in foreest medical school, grotere afstand minder toegankelijk voor de clinici. ook iets om rekening mee te houden in rotterdam.
Alice Lugthart - docent verpleegkunde
geeft workshops aan vakdocenten.
boekje : Karin de Galan: 'van deskundige naar trainer'
deskundige wil in zijn rol als trainer vaak heel veel vertellen, alles wat in je rugzak zit, en toehoorders haken af, omdat het hun boven de pet gaat.
confronteren met moeilijke situatie: wetenschapper denkt: ik kan al zoeken, dus ben niet geinteresseerd. verleiden om te willen leren.
voor ons: begeleiden bij opdrachten: ter plekke zoeken in databases terwijl informatiespecialisten erbij rondlopen en vragen beantwoorden.
op een andere manier lesgeven levert veel meer betrokkenheid op bij de lessen.
groepsgrootte max 15 man, gemiddeld zo'n 10 personen.
verpleegkundigen laten zoeken met pubmed blijft lastig. zijn huiverig om engels te lezen, google is veel makkelijker.
Idee: in de uitnodigingen al aangeven wat de 'glijbaan' is (mensen meenemen en uitleggen waarom voor hen deze cursus interessant is). ook differentieren tussen de verschillende doelgroepen.
Bianca Kramer - zoekactie CATs
Zoekvraag: 'Wat zijn de belangrijkste risicofactoren voor het optreden van complicaties bij zwangeren met pre-eclampsie?'
Bianca krijgt veel prognostische vragen. veel voor syst revs. zijn die clinical queries in pubmed bruikbaar? met een therapeutische pico neem je nooit de O mee, dat geeft bias.
Doen: maak overzicht wanneer gebruik je welke onderdelen. PO met M etc?
Olga van Dijk - ELO PubMed
ELO's bieden mogelijkheden om in eigen leerstijl te werken. eerst theorie of direct aan de slag met opdrachten. systeem: PulseWeb. bedoeld voor co-assistenten: waar vind ik mesh, hoe zoeken in title abstract, (co's komen vooral uit Groningen, hoe wordt daar het onderwijs gegeven? kan ook zijn dat groningen alleen op OvidSP Medline gericht is)
Kunnen wij de ELO niet opnemen in onze basis cursussen, zodat iedereen hetzelfde instap niveau heeft op dat vlak?
MCL werkt op die manier, iedereen die een cursus doet moet deze ELO hebben doorlopen. moet je het wel opnemen in je eigen pulseweb systeem, of uitwisselen van scorm bestanden.
Nadenken voor ons: is dan hebben PhD's die dat dan volgen niet het idee dat ze nu al alles weten over PubMed? en komen ze dan nog wel naar de echte cursus?
Belangrijke vraag is: kun je het ook sneller doorlopen als je al veel kennis hebt, kun je meteen de toets doen om te kijken wat je niveau is, en krijg je dan heel gericht tips: volg dit nog een keer. Dat lijkt mij een belangrijk punt voor inbedding in Erasmus MC werkwijze.
screencast filmpjes gemaakt. voor ons ook een idee!
Op medischonderwijs.nl PubMed-toets van waleus.
René Otten - CAT richtlijnen
CCMS voorschriften. Bij VU gebruikelijk om iedereen die een CAT doet bij een clinical librarian langskomt. CCMS (10 specialisten) gaat kader aangeven voor CATs, maar daarbij is geen clinical librarian bij betrokken. We gaan een A4tje doorgeven aan die 10 specialisten (met toestemming van de cambin)
Hans Ket - Artikel Hoogendam
JMLA (PMC tijdschrift)
Alice Tillema heeft er aan meegewerkt en staat in de acknowledgements. maar slechts zeer beperkt, ze was niet betrokken bij de PubMed of PICO instructies.
vergelijking tusseen een PICO zoekactie en een ongeorganiseerde zoekactie zoals artsen die niet door ons zijn opgeleid doen.
conclusies lijken te zeggen dat het niet uitmaakt of je pico doet of niet.
verkeerde conclusies: je moet pico niet je zoektermen laten bepalen, dat weten wij al lang. veel kritiek op te leveren.
recall en precision ook opnemen in je systematische zoekactie cursussen. recall is het percentage van de gouden standaard, dat je hebt gevonden. precision is verhouding tussen het aantal treffers en het aantal relevante treffers.
evidence based searching. hans wil daar een artikel over schrijven. wat is goed zoeken, hoeveel tijd, hoeveel bronnen, welke zoektechnieken.
René Otten - review cursus wiki
in het verleden was er een wiki afgeschermd. nu gratis toegankelijk op webcursus.ubvu.nl (nog niet, komt). helemaal engelstalig.
idee: kan wos of scopus niet bekijken hoeveel artikelen uit een set een bepaald artikel selecteren, en daarop soreteren
Jacueline Limpens - Filters voor SR's
elke database heeft zijn eigen index termen, pubmed filters niet een op een naar embase verplaatsen
drie generaties filters:
1 subjectief bepaald door informatiespecialist of onderzoeker
2 getest op een set
3 een bepaalde set artikelen analyseren welke termen het meest discriminerend zijn, en deze ook weer testen op een ander gouden standaard
Jenkins, 2004
het is niet zozeer dat de 3e generatie beter is dan de 1e. want voor voor systematic reviews wil je sensitivity maximisers (alle relevante liteartuur). voor CATs juist precision maximisers: NNR (Number Needed to Read) verminderen
Cochrane RCT filters geven wel veel ruis, vroeger veel gebruikt, nu niet meer zo. Zijn in principe vooral subjectief gevonden, en werkte eigenlijk wel goed, pas later gevalideerd
hoe valideren: 160 journals voor het jaar 2000 handmatig doorgenomen. en vergelijken
objectieve filters houden vaak geen rekening met explosie en zinnen, maar enkele woorden
validatie is geen toverwoord, gevalideerd wil niet zeggen dat je het niet moet aanpassen.
het maakt uit waar je het op test en hoe je het vergelijkt.
bekijk ook het doel van de filters.
verandert ook in de tijd, want mesh termen veranderen.
in pubmed nu ook trial registrernumber opgenomen. als je trials zoekt ook dat meenemen, als iets een registratienummer heeft is het een trial.
als je zoekt voor een SR, gebruik je dan een filter, en zo ja welk?
NOT mag je wel gebruiken, maar je moet het kunnen verantwoorden.
Ook cochrane searches bevatten soms heel slechte zoekacties.
acknowledgements of co-auteur: wanneer zoekacties langer duren dan 2-3 dagen. een middag of dag is gratis service, als je er veel aan bijdraagt ben je mede-auteur (dan schrijf je ook de materialen en methoden)
eerst filter voor SR's om te kijken wat anderen daar al voor hebben gedaan, daarna filter voor individuele trials HSSS van cochrane, maar soms ook andere typen
vraag bij SR filter, wil ik alleen SR's vinden, of alle geaggregeerde evidence?
SIGN filter
probleem is dat een bepaald aspect vaak niet in het abstract wordt opgenomen. maar wel uitkomst is bij een RCT. daarom dan dat element achterwege laten en dan RCT's filteren.
aantal hits
wees niet bang voor 1000-5000 hits.
tip: zeg 1000 titels screen je tijdens ajax feyenoord, maar 1000 records minder geven kost ons een dag extra tijd.
zoekfilters staan op intertasc
Binnen AMC zoekacties zijn zoekacties verzameld op het intranet en wanneer je op de link klinkt kom je meteen op de pubmed zoekactie
goede intake met de aanvrager is waardevol, is het een prognistische vraag of een therapeutische vraag of harm etc...
voor aanvullingen naast MedLine uit PubMed gebruik je beter AND publisher[sb] in plaats van NOT medline[sb], want anders teveel ruis met oude artikelen
--mededelingen--
cursus didactische vaardigheden aan de VU komend najaar.
Posts tonen met het label cursus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cursus. Alle posts tonen
woensdag 13 juni 2012
vrijdag 19 maart 2010
Cursus bibliometrie Suzanne Bakker 19 maart 2010
Ben vandaag op een cursus bij Suzanne Bakker die ze in Lissabon gaat geven over bibliometrie. Hier mijn aantekeningen van vandaag.
DIMDI is een goed alternatief voor duurdere databases zoals Scopus of Web of Science omdat toegang niet duur is, en je vooral betaalt voor zoekacties. Wanneer je niets in full record bekijktkost het bijna niets.
IF Geen relatie met het aantal citaties dat een artikel krijgt, alleen de kans dat een artikel in een klein tijdschrift zonder IF geciteerd wordt is erg klein.
En interessant voor journal collectie management. Hoe vaak worden de tijdschriften met een hoge IF gebruikt.
Google scolar doet ook hele aardige dingen op dit punt? Ben benieuwd
Bibliometrie is eigenlijk alle gegevens en waarden over bibliotheken, dus ook bibliotheek statistieken (vooral in België). Scientomerie is alles van het meten rond wetenschap en daar om trend. Verwantschappen tussen clubjes en dergelijk.
Zelfcitatie moet je er eigenlijk uithalen. Maar eigenlijk is het breder omdat auteur a in een vakgroep b zit, eigenlijk zou je dan ook de citaties van die andere vakgroep leden eruit moeten halen. Web of science en scopus kunnen dat heel gemakkelijk. Je maakt als auteur ook bewust gebruik van het effect van een citatie uit het eigen tijdschrift, citeer naar een tijdschrift dat de lezers al kennen.
DIMDI neemt auteursnamen in de literatuurlijst op zonder streepjes en zonder spaties. Ook maximaal 15 posities en dan een punt (oud systeem, uit de jaren 70, toen iedere positie nog telde). Alle initialen van auteurs en afkortingen van tijdschriften met de afkortingen van web of science.
DIMDI werkt nog via telnet sessies, klassieke commando's. we gaan vandaag retro (YAY!)
Verschillende zoekopties in DIMDI. F is find, D is display. Daarmee wordt de index getoond. Bijvoorbeeld bij auteursnamen. S is show, dan wordt het heel duur, dat kost per artikel ongeveer €5.
Handige is om een commando lokaal voor te bereiden en uploaden. In Windows opdrachten niet op verschillende regels, maar gescheiden door een !, in de traditionele telnet sessies verschillende opdrachtregels gescheiden door een harde return.
Vanuit reference manager een output style aanmaken met een zoekactie in DIMDI. Lastige is het toevoegen van het uitroepteken aan het eind van de regel, dat is niet mogelijk.
Geciteerde artikelen in dimdi zijn alleen vindbaar op de eerste auteur.
Voordeel van de telnet sessie is dat je meer karakters in een keer kunt opsturen. in de browser maar 256.
ondertussen gaan we ook nog even met reference manager werken. da's al lang geleden voor me.
Nu werk ik meer met endnote. vanuit refman maak je een output style die een zoekactie maakt voor dimdi. op die manier kun je op een geselecteerde lijst referenties in je referentie software een citatieanalyse maken.
Wat jammer is is dat je in DIMDI de gerefereerde auteurs zonder spatie tussen de tussenvoegsels en achternamen moet invoeren. Dit is in Reference Manager niet te realiseren en moet met de hand worden verbeterd waarschijnlijk? Met zoek en vervang kom je een heel eind. Ik wist overigens niet dat je in Word ook een harde return kunt vervangen door een tekst. Ctrl-H ^P en vervang door een spatie.
In Web-of-Science zie je alles sneller in een keer, dat is wel handiger, maar als je weinig geld hebt is dit ook een heel goede mogelijkheid om te werken.
Het wordt nu hogere wiskunde. Ik zie verdwaasde blikken bij de meeste medecursisten. Ging duidelijk te snel voor velen denk ik . Twee output styles combineren met elkaar in een Word document en dat met een macro bewerken tot een formaat waarmee DIMDI kan werken. Suzanne loopt er erg snel doorheen, te snel denk ik voor de meesten om het thuis na te kunnen doen (maar thuis hebben we ook geen DIMDI).
Mijn ervaringen van vandaag met DIMDI zijn nu wel zo dat ik blij ben dat wij zowel scopus als Web-of-Science in huis hebben. Daarmee gaat het allemaal toch wel iets makkelijker.
DIMDI is een goed alternatief voor duurdere databases zoals Scopus of Web of Science omdat toegang niet duur is, en je vooral betaalt voor zoekacties. Wanneer je niets in full record bekijktkost het bijna niets.
IF Geen relatie met het aantal citaties dat een artikel krijgt, alleen de kans dat een artikel in een klein tijdschrift zonder IF geciteerd wordt is erg klein.
En interessant voor journal collectie management. Hoe vaak worden de tijdschriften met een hoge IF gebruikt.
Google scolar doet ook hele aardige dingen op dit punt? Ben benieuwd
Bibliometrie is eigenlijk alle gegevens en waarden over bibliotheken, dus ook bibliotheek statistieken (vooral in België). Scientomerie is alles van het meten rond wetenschap en daar om trend. Verwantschappen tussen clubjes en dergelijk.
Zelfcitatie moet je er eigenlijk uithalen. Maar eigenlijk is het breder omdat auteur a in een vakgroep b zit, eigenlijk zou je dan ook de citaties van die andere vakgroep leden eruit moeten halen. Web of science en scopus kunnen dat heel gemakkelijk. Je maakt als auteur ook bewust gebruik van het effect van een citatie uit het eigen tijdschrift, citeer naar een tijdschrift dat de lezers al kennen.
DIMDI neemt auteursnamen in de literatuurlijst op zonder streepjes en zonder spaties. Ook maximaal 15 posities en dan een punt (oud systeem, uit de jaren 70, toen iedere positie nog telde). Alle initialen van auteurs en afkortingen van tijdschriften met de afkortingen van web of science.
DIMDI werkt nog via telnet sessies, klassieke commando's. we gaan vandaag retro (YAY!)
Verschillende zoekopties in DIMDI. F is find, D is display. Daarmee wordt de index getoond. Bijvoorbeeld bij auteursnamen. S is show, dan wordt het heel duur, dat kost per artikel ongeveer €5.
Handige is om een commando lokaal voor te bereiden en uploaden. In Windows opdrachten niet op verschillende regels, maar gescheiden door een !, in de traditionele telnet sessies verschillende opdrachtregels gescheiden door een harde return.
Vanuit reference manager een output style aanmaken met een zoekactie in DIMDI. Lastige is het toevoegen van het uitroepteken aan het eind van de regel, dat is niet mogelijk.
Geciteerde artikelen in dimdi zijn alleen vindbaar op de eerste auteur.
Voordeel van de telnet sessie is dat je meer karakters in een keer kunt opsturen. in de browser maar 256.
ondertussen gaan we ook nog even met reference manager werken. da's al lang geleden voor me.
Nu werk ik meer met endnote. vanuit refman maak je een output style die een zoekactie maakt voor dimdi. op die manier kun je op een geselecteerde lijst referenties in je referentie software een citatieanalyse maken.
Wat jammer is is dat je in DIMDI de gerefereerde auteurs zonder spatie tussen de tussenvoegsels en achternamen moet invoeren. Dit is in Reference Manager niet te realiseren en moet met de hand worden verbeterd waarschijnlijk? Met zoek en vervang kom je een heel eind. Ik wist overigens niet dat je in Word ook een harde return kunt vervangen door een tekst. Ctrl-H ^P en vervang door een spatie.
In Web-of-Science zie je alles sneller in een keer, dat is wel handiger, maar als je weinig geld hebt is dit ook een heel goede mogelijkheid om te werken.
Het wordt nu hogere wiskunde. Ik zie verdwaasde blikken bij de meeste medecursisten. Ging duidelijk te snel voor velen denk ik . Twee output styles combineren met elkaar in een Word document en dat met een macro bewerken tot een formaat waarmee DIMDI kan werken. Suzanne loopt er erg snel doorheen, te snel denk ik voor de meesten om het thuis na te kunnen doen (maar thuis hebben we ook geen DIMDI).
Mijn ervaringen van vandaag met DIMDI zijn nu wel zo dat ik blij ben dat wij zowel scopus als Web-of-Science in huis hebben. Daarmee gaat het allemaal toch wel iets makkelijker.
zaterdag 14 maart 2009
Vergelijkend warenonderzoek digicmb en wowter
Deze week was voor mij de week van de web 2.0 cursussen. Donderdag zat ik bij Guus van den Brekel (alias digiCMB) voor de workshop web 2.0 voor medische bibliotheken, vrijdag volgde ik de masterclass web 2.0 van de GO door Wouter Gerritsma (alias wowter). Een leuke gelegenheid vonden beide cursusleiders en ikzelf om hen te vergelijken.
DigiCMB leerde ons werken met netvibes en maakte met ons een toolbar aan. Wowter behandelde in dezelfde tijd blogs, wiki’s, flickr, librarything, delicious en igoogle. Beide cursussen vullen elkaar dus qua onderwerpen mooi aan. Opvallend is dat wowter door per onderdeel minder tijd te gebruiken meer onderwerpen in dezelfde tijd wist te stoppen. De vraag is dan of je met minder tijd per onderwerp ook minder opsteekt. Mijn ervaring met web 2.0 toepassingen is dat je het eigenlijk gewoon moet doen. Een korte kennismaking en een uitleg van de mogelijkheden wat je ermee kunt doen volstaat denk ik al snel. Het je eigen maken en het verder ontdekken van zo'n tool kost toch meer tijd dan in een cursusdag past.
Leuk was het gebruik van de interactie tijdens de cursus van wowter door cursisten meteen de mogelijkheid te geven op elkaars blog te reageren (al was ik volgens mij de enige die dat ook deed). Eigenlijk vormden we daarmee in principe dus al een cursus 2.0.
Een belangrijk verschil was de zaalopstelling. Vrijdag zaten we in klassieke klassikale opstelling, allemaal achter elkaar met ons gezicht richting het 'schoolbord'. Donderdag daarentegen waren we in een U-vorm gesitueerd waarbij we met de rug naar het midden zaten. Naast gemak voor de cursusleider die vanuit het midden gemakkelijk de vorderingen in de gaten kon houden bevordert het ook meteen waar web 2.0 voor staat, communicatie en samenwerken.
DigiCMB leerde ons werken met netvibes en maakte met ons een toolbar aan. Wowter behandelde in dezelfde tijd blogs, wiki’s, flickr, librarything, delicious en igoogle. Beide cursussen vullen elkaar dus qua onderwerpen mooi aan. Opvallend is dat wowter door per onderdeel minder tijd te gebruiken meer onderwerpen in dezelfde tijd wist te stoppen. De vraag is dan of je met minder tijd per onderwerp ook minder opsteekt. Mijn ervaring met web 2.0 toepassingen is dat je het eigenlijk gewoon moet doen. Een korte kennismaking en een uitleg van de mogelijkheden wat je ermee kunt doen volstaat denk ik al snel. Het je eigen maken en het verder ontdekken van zo'n tool kost toch meer tijd dan in een cursusdag past.
Leuk was het gebruik van de interactie tijdens de cursus van wowter door cursisten meteen de mogelijkheid te geven op elkaars blog te reageren (al was ik volgens mij de enige die dat ook deed). Eigenlijk vormden we daarmee in principe dus al een cursus 2.0.
Een belangrijk verschil was de zaalopstelling. Vrijdag zaten we in klassieke klassikale opstelling, allemaal achter elkaar met ons gezicht richting het 'schoolbord'. Donderdag daarentegen waren we in een U-vorm gesitueerd waarbij we met de rug naar het midden zaten. Naast gemak voor de cursusleider die vanuit het midden gemakkelijk de vorderingen in de gaten kon houden bevordert het ook meteen waar web 2.0 voor staat, communicatie en samenwerken.
Abonneren op:
Posts (Atom)